|
Rasstandaard van het Belgisch Miniatuurpaard

Algemeen: een miniatuurpaard is een klein, fit en goed uitgebalanceerd paard met een correcte bouw. De merrie oogt verfijnd en elegant, de hengst straalt kracht en mannelijkheid uit. De algemene indruk is er een van symmetrie, behendigheid en alertheid. Daar het doel van het ras is te streven naar een zo klein mogelijk paard, wordt in geval van twijfel tussen twee overig gelijke miniatuurpaarden, de voorkeur van jurering gegeven aan de kleinste.
Karakter: het paard moet slim, vriendelijk , van goede wil en gehoorzaam zijn.
Maat: het BMP (Belgisch Stamboek voor het Miniatuurpaard) staat paarden toe tot 106 cm. De bedoeling is zo klein mogelijk te fokken, wel met behoud van de goede symmetrie.
Hoofd: het hoofd moet in verhouding tot de lengte van de hals en het lichaam zijn. Breed voorhoofd met grote, wijd uit elkaar staande ogen. Een recht voorhoofd of lichtjes bol onder het oogniveau. Grote neusgaten, nette fijne neus en gelijke tanden.
Oren: gemiddelde lengte, fijn gesneden, gespitst en naar elkaar toe wijzend.
Keel, hals en kaken: de overgang van hals naar hoofd dient via een sierlijk gebogen bovenstuk van de nek plaats te vinden, slanke keelgang, een sterke buiging van het hoofd toelatend.
Hals: buigzaam, langgerekt, goed gespierd, soepel en in verhouding tot het lichaam. Niet te diep uit de borstkas en met een vloeiende overgang naar de schoft.
Schouder: de schouder is lang, schuin en onder goede hoek wat vlotte, ruime bewegingen toelaat alsook een alert hoofd en nekhouding. Goed gespierde voorarm.
Achterhand: lange en goed gespierde heup, dij en schenkel. Het hoogste punt van het kruis is even hoog als de schoft. De inplanting van de staart zal niet overdreven hoog of laag zijn, maar in vloeiende lijn met het kruis.
Benen: recht en parallel vanuit voor- en achteraanzicht. Recht, correct en vierkant gezien vanuit zijzicht met hoeven recht naar voor wijzend. De koot schuin in een hoek van ongeveer 45° die vloeiend overgaat zonder hoeksverandering, van de hoeven tot de grond. Hoeven rond en compact, zo gekapt als mogelijk is voor een onbeslagen paard. Vloeiende en soepele gangen.
Kleur en vacht: alle kleuren zijn toegelaten. De vacht moet zacht en glanzend zijn, de manen en staart verzorgd en glanzend.

|
|
|